
Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004
Artikel 4
1
De geldboete bedraagt ten minste 3 en ten hoogste een bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
2
Indien de waarde van de goederen, met betrekking tot welke een overtreding is begaan, of de waarde van het wederrechtelijk genoten voordeel dat geheel of gedeeltelijk door middel van de overtreding is verkregen, hoger is dan een kwart van de geldboete van de derde categorie, kan een geldboete worden opgelegd van ten hoogste de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
3
De geldboete kan geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk worden opgelegd.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
-
LJN AX9820, Eerste aanleg - meervoudig, AWB 05/355
Rechtsoort
Bestuursrecht overig
Datum uitspraak
20-06-2006
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
College van Beroep voor het bedrijfslevenTuchtgerecht Akkerbouwproductschappen